Interview KIDDO Pedagogisch vakblad voor de kinderopvang

Interview KIDDO Pedagogisch vakblad voor de kinderopvang

In december 2017 heb ik een leuk interview mogen doen voor het vakblad KIDDO.

Lees hier het interview:

emotionele veiligheid – persoonlijke competentie – sociale competentie -
waarden en normen

De vier pedagogische basisdoelen – deel 2
Het stimuleren van de persoonlijke competentie
Tekst: Belinda Fallaux
Als gastouder heb je een belangrijke taak: je gastkinderen een omgeving
bieden die hen zo veel mogelijk ontwikkelkansen biedt. Bewust nadenken over het werken volgens de vier pedagogische basisdoelen helpt je daarbij. KIDDO geeft je in vier achtereenvolgende artikelen pedagogische verdieping waarmee je elk afzonderlijk basisdoel kunt bereiken. Deze maand: het stimuleren van de persoonlijke competentie.
Wat houdt persoonlijke competentie in? Volgens de definitie van Riksen-Walraven (2004) gaat het hierbij om brede persoonskenmerken van een kind, zoals veerkracht, impulscontrole, zelfstandigheid, zelfvertrouwen, flexibiliteit, motivatie, volharding, creativiteit en motorische, cognitieve en taalvaardigheden. Een kind dat deze eigenschappen heeft, kan problemen op een verstandige manier aanpakken en zich goed aanpassen aan veranderingen. Deze competenties vormen een goede basis
voor een succesvol leven. Persoonlijke competenties worden niet alleen ontwikkeld in interactie met de opvoeders en andere kinderen, maar ook in interactie met de materiële omgeving. Spelend leren ‘Voor gastouders ligt er een mooie taak om de talenten van elk van hun gastkinderen
zo vroeg mogelijk te stimuleren’, zegt pedagoog Su’en Verweij-Kwok van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). ‘In de twee eerste levensjaren ontwikkelen de hersenen van een kind zich razendsnel en wordt het fundament voor allerlei educatieve functies gelegd, zoals cognitie en taal. Daarom zijn met name die eerste paar jaren van groot belang.’’
Kinderen leren competenties of vaardigheden vooral door ontdekken en spelen. Door van alles uit te proberen en veel te oefenen, ontdekt een kind wat hij wel en niet kan. Wat gebeurt er als ik op deze wiebelige balk ga staan? Hoe voelt nat zand aan mijn handen? Hoeveel blokken kan ik op elkaar stapelen zonder dat ze omvallen? ‘Door rennen, klimmen, bouwen en divers spel doet een kind ervaringen op die hem helpen te groeien’, aldus Su’en. ‘Als gastouder kun je je gastkinderen een grote variëteit aan
ervaringen geven en zo allerlei talenten bij ze aanboren. En dat hoef je niet altijd per se via bijvoorbeeld een VVE-programma te doen. Schakel je eigen verstand, expertise en creativiteit niet uit, die zijn zoveel rijker dan handleidingen. Het gaat niet om het afdraaien van een lesje, maar om het aangrijpen van kansen en aanknopingspunten om je gastkinderen leerzame momenten aan te bieden.’ Ontwikkeling stimuleren
Ingewikkeld hoeft dat niet te zijn. “Simpelweg wijzen op het verschil tussen grote en kleine paddenstoelen, begrippen als meer en minder, dun en dik: daarmee stimuleer je al allerlei vaardigheden, zoals rekenen en taal. De inrichting en het materiaal dat je inzet zijn heel relevant. Binnen en buiten zijn er volop kansen. Ga in de herfst naar het bos, laat ze spelen en rennen en benoem wat je om je heen ziet. Neem herfstblad mee naar huis en doe er iets creatiefs mee. Het zijn maar voorbeelden,maar door bij alles wat je onderneemt te blijven bedenken hoe je alle ontwikkelingsgebieden van het kind kunt stimuleren, wordt dat vanzelf een tweede natuur. Kijk en luister goed naar het kind zelf, dan zie je wat het nodig heeft en waar
het uitdagingen uithaalt. Als een kind betrokken blijft spelen, weet je dat je het goed doet. Gaan je gastkinderen ‘fladderen’ of bankhangen, dan is dat het signaal dat het tijd is om ze een andere ervaring aan te bieden waarmee je ze uitlokt tot het leren van iets nieuws.’ Succeservaringen
Kinderen leren zowel van vrij spel als van begeleid spel, waarbij jij als gastouder het initiatief neemt (zie ook het kader Zo stimuleer je een kind tot groei, over de Zone van naaste ontwikkeling). Ook samenspel binnen de groep is belangrijk. Kinderen kunnen naar elkaar kijken en van elkaar leren. Su’en: ‘Het begeleiden van de interactie is ook een taak van de gastouder. Als een kind bijvoorbeeld nog niet zelf zijn veters kan
vastmaken, kun je hem er op wijzen hoe een ander kindje dat doet. Sowieso is het van belang dat je probeert om een kind succeservaringen te geven. Stel dat een kind het lastig vindt om zijn jas zelf aan te trekken, neem het dan niet direct van hem over. Probeer geduldig en op zijn niveau aanwijzingen te geven. Als het dan wél lukt, krijgt het kind zelfvertrouwen en veerkracht. Door zulke successen is een kind niet zo snel van de kaart als dingen een keer mis gaan.’ Uit kwaliteitspeilingen en wetenschappelijk onderzoek blijkt dat rond de stimulering van persoonlijke competenties in de kinderopvang ruimte is voor verbetering. Voor gastouders ligt er een extra uitdaging: zij hebben niet de steun van een team, maar moeten zichzelf de vaardigheden eigen maken die hiervoor nodig zijn. ‘Vraag je
gastouderbureau om begeleiding en zoek de intervisie met collega-gastouders’, zegt Su’en. ‘Dat zijn waardevolle instrumenten die je kunt inzetten!’

KADER
Ken je gastkind
Weet jij welke competenties je gastkinderen al hebben en welke je zou kunnen
stimuleren? Su’en: ‘Over het algemeen weten goed opgeleide gastouders heel goed wat een normale ontwikkeling is en wat afwijkend is. Hoe beter je je gastkinderen kent, hoe makkelijker je kunt beoordelen of ze zich in grote lijnen ontwikkelen zoals voor hun leeftijd gebruikelijk is. Het is dus zeker zinvol om je gastkinderen op meerdere momenten in de week te zien. Als je echt gedetailleerd wilt weten waar een kind staat in zijn ontwikkeling, kun je een kindervolgsysteem gebruiken, zoals …..’

KADER
Zone van naaste ontwikkeling
Zo stimuleer je een kind tot groei!
Hoe creëer je kansen voor je gastkind om zich verder te ontwikkelen? Spreek het kind aan met (ondersteund) aanbod op een niveau dat net boven dat van het kind ligt. Dit heet de ‘Zone van naaste ontwikkeling’ (ZNO), een begrip dat voor het eerst gebruikt werd door de  Russische psycholoog Vygotsky (1896-1934). Hij deed onderzoek naar de manier waarop kinderen leren. Zijn ontwikkelingstheorie heeft als uitgangspunt dat kinderen leren door samen met volwassenen of leeftijdgenoten activiteiten te ondernemen. Volwassenen kunnen ontwikkeling van kinderen
stimuleren door hen de juiste hulp en sociale ondersteuning te bieden.
Hoe werkt dat praktisch? Het komt er op neer dat een kind al iets kan, maar de volgende ontwikkelingsfase zich al aandient. Een kind kan bijvoorbeeld al tot vijf tellen, maar nog niet zelfstandig voorwerpen tellen. Dat kun jij samen met hem doen.
Zo maak je gebruik van zijn competenties, maar bied je hem ook kansen om nieuwe competenties aan te leren.
Zorg er wel altijd voor dat een kind zich veilig voelt en niet gefrustreerd raakt als het iets niet kan. Zoek de balans tussen uitdaging en geborgenheid.
Su’en Verweij-Kwok: ‘Kinderen zijn de motor van hun eigen ontwikkeling, ze geven zelf aan waar ze aan toe zijn. Wel kun je een kind met taal of handelingen iets aanbieden dat het nog niet kan, zoals deze ontwikkelingstheorie laat zien. Dat kun je doen door er een ouder kind naast te zetten, of zelf die rol in te vullen. Stel, een kindje speelt winkeltje. Dan kun je meespelen en spelelementen toevoegen die nog niet eerder aan bod zijn gekomen. Dat triggert het kind om het ook te proberen.’
Er bestaan vijf concrete vormen van pedagogische inzet die je kunt gebruiken om de pedagogische doelen te bereiken. Ze omvatten alles wat je als gastouder doet als het gaat om pedagogisch handelen.

Dit zijn ze:
- De interactie tussen gastouder en kind
- De binnen- en buitenruimte
- De groep
- Het activiteitenaanbod
- Het spelmateriaal
Hoe gebruik je de vijf vormen van pedagogische inzet om de persoonlijke
competentie van je gastkinderen te stimuleren? Iedere gastouder zal haar eigen manier hebben; het gaat er om wat bij jou en jouw kinderen en hun ouders past. Twee gastouders, Aaf Terstall (15 jaar gastouder) en Mariska Houtman (.. jaar gastouder), vertellen over hun aanpak. Dit zijn slechts voorbeelden. Laat je inspireren om ook zelf een heel persoonlijke invulling te geven aan de manier waarop jij dit pedagogische basisdoel nastreeft!
De persoonlijke competentie stimuleren door… De interactie tussen
gastouder en kind

Mariska: ‘Ik vind het belangrijk om een kind goed te kennen. Voordat een kindje bij mij komt, ga ik in gesprek met de ouders. Hoe zien zij hun kind, hoe zouden zij zijn karakter beschrijven? Ik observeer kinderen elke dag en spreek ze aan op hun niveau, of dat nu drie of twaalf jaar is.’

Aaf: ‘Als ik merk dat een kind eraan toe is om te gaan staan en het nog niet zelfstandig lukt, ga ik erbij zitten. Ik pak het handje vast en help het kind. Dat geeft net dat beetje zekerheid en vertrouwen waardoor het wel lukt en het kind ervaart: ik kan het wel! Ik vind het goed als kinderen de kans krijgen zelf iets te proberen. Als we weggaan met de groep leg ik vaak voor elk kind de jas op de grond. Het is leuk om te zien hoe ze dan zelf bezig gaan met ritsen en knopen, en elkaar helpen. Na een paar minuutjes kijk ik wie er hulp nodig heeft.’
De persoonlijke competentie stimuleren door… de binnen- en
buitenruimte

Mariska: ‘Onze tuin is qua inrichting afgestemd op kinderen. Er liggen tegels, ze kunnen met zand en water spelen en er is volop speelgoed als auto’s en karren aanwezig. Binnen idem, en daar is ook een verteltafel. Als we bijvoorbeeld een boek lezen over olifanten, vertellen de groten het verhaal en spelen de jongere kinderen het na, met LEGO bijvoorbeeld. Dat stimuleert allerlei vaardigheden op een speelse manier.’

Aaf: ‘De kinderen mogen graag een tent bouwen onder de tafel. Ik laat ze eerst zelf ‘rommelen’ met doeken, dekentjes en knijpers. Het stimuleert hun creativiteit. Als ze niet meer weten hoe het verder moet, help ik.
Als ze eraan toe zijn, mogen ze zelf traplopen. Met hulp als dat nodig is, ik
ondersteun ze. Een hele overwinning als het lukt. Ik observeer de kinderen goed, de een ontwikkelt zich sneller dan de ander. Ik spring graag op die ontwikkeling in.’
De persoonlijke competentie stimuleren door… de groep

Mariska: ‘Kinderen hebben elk hun eigen capaciteiten en vergelijken doe ik nooit in negatieve zin. Wel wijs ik soms op de kwaliteiten van een kind om een ander kind te helpen groeien. Een kindje kan heimwee hebben naar de ouders. Zoiets bespreken we in de groep. Ik vraag dan wie dat ook weleens heeft en wat je dan kunt doen. Sommige kinderen voelen het verdriet goed aan. De interactie die dan ontstaat, met veel geknuffel, is mooi en stimuleert wederzijds sociale vaardigheden.’

Aaf: ‘Als de kinderen puzzelen, zet ik vaak een ouder en een jonger kind naast elkaar met puzzels op verschillend niveau. Ze kijken naar elkaar en leren van elkaar. Zelf bewaar ik afstand en help pas als het nodig is. Door elkaar te helpen en te stimuleren krijgen kinderen de bevestiging dat ze meer kunnen dan ze zelf hadden gedacht. Dat vergroot hun zelfvertrouwen enorm.’
De persoonlijke competentie stimuleren door… het
activiteitenaanbod

Mariska: ‘Ik werk met Startblokken, een pedagogisch programma met thema’s.
Uitgangspunt is: wat kunnen de kinderen leren? De kinderen mogen zelf ideeën rond het thema, inbrengen in een ‘denkwolk’. Ik deel die ideeën met de ouders via WhatsApp en vraag of ze willen meedenken. Wat willen zij dat hun kind leert? Zo creëer je ook betrokkenheid thuis. Laatst hadden we het over ‘Afrika’ en namen sommige kinderen allerlei vakantiesouvenirs mee. Prachtig.’

Aaf: ‘Op zich vind ik het niet verkeerd dat kinderen zich een keer vervelen, dat prikkelt hun creativiteit. Maar activiteiten moeten wel blijven uitdagen. Als ik merk dat Duplo te makkelijk wordt, leg ik kleinere LEGO-blokjes neer. Soms blijven ze wat hangen in hun spel, bijvoorbeeld als ze winkeltje spelen. Dan suggereer ik wat nieuwe ‘verhaallijnen’ waardoor het spel zich verdiept.’
De persoonlijke competentie stimuleren door… het spelmateriaal

Mariska: ‘Naast op hun leeftijd afgestemd speelgoed bied ik graag huis-tuin-en-keuken-spullen aan. Potten en pannen, zeg maar. Rond thema’s gaat dat nog verder. Toen we het over het thema Robots hadden, is mijn man met de kinderen gaan solderen. Zelfs met de hele kleintjes, die mochten hun hand op de zijne leggen.
Zoiets is weer eens wat anders en geeft een impuls aan de ontwikkeling.’

Aaf: ‘Speelgoed stem ik altijd af op leeftijd en ontwikkelingsfase – voor elke leeftijd heb ik een aparte speelgoedbak. Maar je kunt de ontwikkeling ook zelf stimuleren, tijdens het verzorgen bijvoorbeeld. Ik praat altijd tegen een baby die op het aankleedkussen ligt, beweeg mijn hand heen en weer zodat hij die met zijn oogjes kan volgen. Ook betrek ik de andere kinderen erbij. Zij mogen de baby aaien en mij doekjes aangeven. Zo wordt het een fijn en leerzaam moment voor allemaal.’